Make your own free website on Tripod.com

Wedstrijdverslagen

Van onze razende reporter Jos Vlak

De Uil Leithen 4-4
Leithen Philidor Leiden 4,5-3,5
HWP Haarlem Leithen 1 3,5-4,5
Het Spaarne Leithen 1 6,5-1,5
Leithen 1 Haeghe Ooievaar 6,5-1,5
Leithen 1 Alphen 2 4,5-3,5
LSG 6 Leithen 1 2,5-5,5
LSG 5 Leithen 1 6-2
Leithen 1 De Zwarte Pion 2 6,5-1,5
Voorschoten 2 Leithen 1 4-4
Leithen 1 Philidor 2 5,5-2,5
De Zwarte Pion 1 Leithen 1 3,5-4,5
Leithen 2 Rijnwoude 6,5-1,5


Beginnende schaker maakt sensationeel debuut in Hillegom!

De voorbereidingen voor de wedstrijd van het eerste achttal tegen De Uil in Hillegom verliepen nogal chaotisch. Zo heb je elf spelers op de lijst, zo heb je er nog maar zeven…

Naast de afmelding van Gert-Michiel de Niet, kon uiteraard geen beroep worden gedaan op Jan Bey, die nog herstellende is van zijn ziekenhuisopname. Vervolgens was daar Marcel Terluin die zich de dinsdag voor de wedstrijd vanwege persoonlijke omstandigheden moest afmelden. Bleef over Iskander Schrijvers. Maar hij bleek voor de zaterdag al niet te verzetten afspraken te hebben gemaakt.

Daarmee was de koek wel zo’n beetje op. De eerstvolgende aan wie je dan denkt is Rob Hak, maar die moest werken. Toen ik daarop besloot Jos Ouwerkerk belde om te vragen of hij op zaterdag wat te doen had, zei hij eerst ook dat hij moest werken. Totdat hij hoorde dat het om Leithen 1 ging! Zaterdagochtend om half twaalf zette hij de heftruck aan de kant, zei z’n baas gedag en meldde zich bij het Denksportcentrum voor vertrek naar Hillegom.

Tot zover de aanloop. Bij het uitwisselen van de opstellingen kon teamcaptain Cock Ippel enige opluchting niet verdoezelen toen hij zag dat Gert niet bij de acht namen stond. De wedstrijd zelf begon met de mededeling van Ippel dat De Uil 4-4 moest spelen om zeker aan degradatie te ontkomen (later bleken hun concurrenten echter ook te hebben verloren). Van onze kant werd er wat lacherig gereageerd op die opmerking, waarna we gewoon onze sportieve plicht gingen doen.

Ivo Wantola was het eerste klaar. Hij kwam met een plusje uit de opening, maar wist het voordeel niet te verzilveren. Na een grote afwikkeling kwam een gelijkstaand toreneindspel op het bord, waarin besloten werd het punt te delen. (½-½)

Aan het eerste bord kreeg Mark Thiele de kans om na twee jaar revanche te nemen voor de onterechte nederlaag die hij destijds leed tegen Ad Reijneveld. En Mark greep die kans met beide handen aan. Er kwam een Koningsindiër op het bord, waarin Mark zich met wit spelend goed thuis voelde. Hij speelde snel en vol zelfvertrouwen, terwijl Reijneveld steeds langer ging nadenken. Die zag z’n koningsstelling opengebroken worden, waarna hij zelf dreigingen langs de a-lijn probeerde te creëren. Mark moest nog even goed opletten om niet mat te gaan, zag Reijneveld uit wanhoop nog een stuk offeren en tikte de partij koel uit. Reijneveld had op dat moment nog enkele seconden op de klok, Mark nog een klein uur… (1½-½)

Leithen kon maar kort genieten van de voorsprong. Wil Turk kwam nog wel aardig uit de opening, maar zag z’n stelling in het middenspel gaandeweg verslechteren. ‘Keepen’ was het devies, maar dat lukte maar matig. Eerst volgde stukverlies en uiteindelijk versnelde een blunder de toch al onafwendbare nederlaag. (1½-1½).

Inmiddels begon zich aan bord 7 al een sensatie af te tekenen. Van de zenuwen die Jos Ouwerkerk voor de partij kwelden was niets meer te merken. Hij schrok nog wel even toen ik meldde dat zijn tegenstander op de jongste ratinglijst bijna 400 punten meer had dan hij zelf: (2022 om 1639), maar hij bleef gewoon degelijk spelen en rustig z’n tijd nemen. Terwijl ik even op het plaatsje achter de speelzaal van de voorjaarszon aan het genieten was kwam Jos enigszins ‘shakend’ naar buiten: ‘Ik geloof dat ik een stuk ga winnen.’ Waarop ik hem zei dat hij best remise aan mocht bieden als hij het niet vertrouwde. Jos: ‘Ik zal daar gek zijn met een stuk meer!’.

Jos’ tegenstander bleef geruime tijd in gedachten verzonken, pakte in arren moede maar een pion en probeerde in het vervolg nog ‘rommelkansen’ te creëren. Toen Jos met een kleine combinatie ook nog die ‘compensatiepion’ won en de koning het vrije veld injoeg was het gedaan met de Hillegommer. Jos miste nog even een wat verborgen matwending, maar incasseerde even later het volle punt (2½-1½). Toch knap voor iemand die pas anderhalf jaar schaakt…

André Mes had zich aan bord 2 voorbereid op een Aljechin, speelde die ook, maar kreeg niet de variant die hij gehoopt had. Dat leidde ertoe dat hij wat in de verdrukking kwam, maar in grote problemen kwam hij nooit. Naarmate er meer hout verdween, kwam André zelfs steeds beter te staan. In het uiteindelijke toreneindspel kwam hij een pion voor te staan, maar z’n tegenstander had nog wel wat gevaarlijke tegenkansen. Z’n eigen beperkingen in dit soort eindspelen kennende bood André remise aan wat uiteraard direct werd aangenomen (3-2).

Daarna was het weer De Uil dat scoorde. Jerry Bey jr treft het niet dit seizoen: opnieuw zag hij de op papier sterkste speler van de tegenpartij tegenover zich. Jerry speelde niettemin een prima partij, waarin hij weliswaar wat gedrukt kwam te staan, maar door af te wikkelen naar een eindspel met dame, toren en lopers van ongelijke kleur leek remise binnen handbereik. Helaas verzuimde Jerry met h7-h5 z’n stelling dicht te schuiven, waarna het juist z’n tegenstander was die met h4-h5 de boel openbrak om beslissend voordeel te halen (3-3).

Met deze stand op het bord werd besloten de twee resterende partijen remise te geven. Deze 1-1 had echter ook op een ander manier tot stand kunnen komen, aangezien Dirk Gruijters in de slotstelling beter stond en Jan Brandt slechter.

Dirk had vanuit het Siciliaans wat kleine problemen te overwinnen gehad, maar ging uiteindelijk met een pion meer het eindspel in. Jan Brandt daarentegen stond vanaf het begin van z’n partij met de rug tegen de muur. En alsof de duvel ermee speelde kwam net als de vorige twee wedstrijden een toreneindspel op het bord met een pion minder. In beide eerdere gevallen was Jan roemloos ten onder gedaan, iets waar hij (en met hem de rest van het team…) ook nu weer voor vreesde.

De complete uitslag:

De Uil(2017) Leithen(1903) 4-4
A. Reijneveld Mark Thiele 0-1
T. Bakker André Mes 0.5-0.5
J. Havenaar Ivo Wantola 0.5-0.5
T. Sneeuw Jerry Bey jr 1-0
G. van Dijk Dirk Gruijters 0.5-0.5
F. van Randen Wil Turk 1-0
J. Vreeburg Jos Ouwerkerk 0-1
S. den Haan Jan Brandt 0.5-0.5
Naar boven

Historische overwinning van Leithen tegen Philidor

Al vanaf het bekend worden van de indeling van de 3e klasse E van de KNSB-competitie is door Leithen uitgezien naar de confrontatie met kampioenskandidaat Philidor 1. Werd in de afgelopen jaren wel met enige regelmaat gewonnen van Philidor 2, een wedstrijd tegen het hoogste team van de gerenommeerde stadgenoten leek lichtjaren weg. Maar terwijl Philidor langzaam wegzakte naar de derde klasse wist Leithen zich eindelijk te ontworstelen aan de promotieklasse. En op zaterdag 17 april was het dan zover!

In de dagen voorafgaand aan de wedstrijd werd door de Leithen-spelers al druk geë-maild over de te verwachten opstelling van de tegenstanders en hun openingsrepertoire. Ook bereikten het clubgebouw berichten als zouden de twee kopmannen Mark Thiele en Ad v.d. Berg al remise zijn overeengekomen voordat er maar een zet was gedaan… Er is nog heel wat gepraat over deze ‘deal’, wat er uiteindelijk toe leidde dat er gewoon geschaakt werd aan het eerste bord. Maar als twee spelers van gelijkwaardige speelsterkte echt niet willen dan komt er vervolgens dus toch gewoon een remise op het bord. En aangezien Mark met zwart speelde was Leithen wel tevreden met dit resultaat.

De wedstrijd kabbelde na deze snelle opening rustig verder: een paar borden iets minder, een paar borden iets beter en zo rolde de ene puntenverdeling na de andere binnen. Eerst was het Jerry Bey jr die tegen Willem-Jan van Briemen een plusremise scoorde. Vanuit de opening had Jerry licht voordeel gekregen, maar één mindere zet deed dat grotendeels weer teniet. Omdat beide spelers verder weinig aanknopingspunten zagen voor winstpogingen werd de buit gedeeld.

Remise nummer drie kwam van bord 2, waar Gert-Michiel de Niet tegen Philidor-routinier Piet Bakker vanuit de opening een licht plusje bereikte. Een scherpe torenzet en een breekzet op de damevleugel waren de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok, maar gezien zijn snel wegtikkende tijd en de te verwachten complicaties bood Gert-Michiel remise aan. Gezien de stelling (en de analyse wees dat ook uit) kon Bakker dit aanbod niet weigeren.

Een volgend halfje werd bijgeschreven via bord 5, waar Marcel Terluin het aanvankelijk wat lastig had tegen Wim Vriend. Marcel gaf de Philidor-speler echter geen aanknopingspunten om de aanval door te zetten en wist zich goed aan de druk te ontworstelen. Er ontstond in het middenspel een scherpe stelling waarin Marcel de beste papieren had, ware het niet dat zijn tegenstander één lastig te vinden zetje had, dat wellicht voor problemen zou kunnen zorgen. Het remiseaanbod van Marcel werd echter vrij snel geaccepteerd, wat tot de conclusie leidde dat Marcel misschien wel had moeten doorspelen…

Dirk Gruijters had het aan bord 7 tegen Chris Braga heel lastig. Al vrij snel na de opening stond hij erg gedrongen en moest hij alle zeilen bijzetten om niet direct ‘geplet’ te worden. Door te blijven ‘staan’ en gewoon gezonde zetten te doen kon Dirk de ergste gevaren bezweren en de veilige remisehaven bereiken.

Bij de stand 2½-2½ was de koek op wat betreft puntendelingen. Leithen kwam eerst op voorsprong door een mooie winstpartij van Ivo Wantola. Tegen Nico Kuijf, één van de Philidor-kanonnen, haalde hij in de opening twee zetten door elkaar, waardoor hij in het nadeel kwam. Toen Kuijf vervolgens echter al te optimistisch dacht een koningsaanval in te kunnen zetten, gaf dat Ivo de kans met een toren op de damevleugel binnen te komen en een pion te veroveren. Met een vrije a-pion en alle vijandelijke stukken geconcentreerd op de andere vleugel had hij opeens alle troeven in handen. Toen Ivo ook nog de dame naar de witte koning kon dirigeren met diverse matdreigingen en de laatste stuiptrekkingen van Kuijf met een paar elegante zetjes neutraliseerde, gaf de Philidor-speler zich gewonnen.Klik HIER om deze fraaie partij te bekijken!

De stand werd weer gelijkgetrokken via een krankzinnige partij aan bord 8. Wil Turk overspeelde Michiel Vergeer in de opening, maar wist zijn voordeel vervolgens niet uit te buiten. Vergeer snoepte een pionnetje mee, pakte vervolgens een stuk waarna Turk twee torens gaf voor de dame. Materieel gezien stond de Wil daarmee aanzienlijk in de min, maar hij had nog wel wat rommelkansjes. Nadat hij een paard wist terug te winnen ontstond een eindspel van dame en drie pionnen tegen twee torens en drie pionnen. Vergeer wist een van de pionnen te pakken, waarna Wil afwikkelde naar een pionneneindspel van twee tegen drie. Dat had Leithen een half punt kunnen opleveren maar Wil wist het smalle pad naar remise niet te vinden.

Matchwinnaar voor Leithen werd André Mes. Met wit spelend tegen Herman van Halderen leek hij vanuit de opening (volgens eigen zeggen een soort damegambiet zonder c4…) te worden overspeeld, maar bij nader inzien viel het allemaal nog wel mee. Naarmate er meer hout van het bord verdween verbeterde de witte stelling zienderogen. Weliswaar had André gaandeweg een pionnetje verloren maar positioneel had hij ruimschoots compensatie. Toen hij vervolgens ook nog met twee torens op de zevende rij binnenkwam en met ondersteuning van een paard een onstuitbare aanval inzette moest Van Halderen de koning omleggen.

De complete uitslag:

Leithen (1980) Philidor Leiden (2048) 4.5-3.5
Mark Thiele Ad van den Berg 0.5-0.5
GM de Niet Piet Bakker 0.5-0.5
Ivo Wantola Nico Kuijff 1-0
André Mes Herman van Halderen 1-0
Marcel Terluin Wim Vriend 0.5-0.5
Jerry Bey jr Willem-Jan van Briemen 0.5-0.5
Dirk Gruijters Chris Braga 0.5-0.5
Wil Turk Michiel Vergeer 0-1
Naar boven


Leithen wint belangrijk duel in Haarlem

De zevende wedstrijd van het eerste KNSB-seizoen was met recht de wedstrijd van de waarheid voor Leithen. Verlies zou opnieuw degradatiezorgen betekenen, een gelijkspel of, beter nog, winst zou voldoende lucht geven om de laatste twee wedstrijden wat meer ontspannen in te kunnen gaan.

Tegenstander HWP uit Haarlem had zich eerder dit seizoen een onberekenbare ploeg getoond: met 7-1 verliezen van degradatiekandidaat Katwijk maar wel met 5-3 winnen van de gedoodverfde kampioen Philidor.

De voorgeschiedenis van de wedstrijd behelsde onder meer een aardige e-mail discussie over het fenomeen ‘afgesproken werk 4-4’. Een gelijkspel zou beide teams goed uitkomen (achteraf bleek dat door verrassende overige uitslagen een lichte misrekening te zijn…), maar na genoemde discussie ging Leithen uiteindelijk de match in met de wil om te winnen en pas in het uiterste geval bereid om een compromis te sluiten.

Saillant detail: kort voor de wedstrijd liet de HWP-teamleider de Leithen-captain weten dat een 4-4 uitslag voor beide teams gunstig zou zijn. Toen er van Leithen-kant wat lauw werd gereageerd stelde de Haarlemmer vast ‘dat we om een uur of vijf nog maar eens moeten kijken’. Helaas voor hem kon hij niet weten dat de wedstrijd toen feitelijk al gespeeld was!

Aan het eerste bord kreeg Mark Thiele een tegenstander die de Grünfeld dusdanig goed beheerste dat Mark alle zeilen bij moest zetten. Al vrij snel echter gingen de meeste stukken van het bord en nam de Haarlemmer genoegen met eeuwig schaak (½-½).

Een tegenvaller was vervolgens een nederlaag aan bord 6 bij Wil Turk. Hij kwam slecht uit de opening (volgens de omstanders althans…), verloor twee pionnen maar won er de kwaliteit en een pion voor terug. Juist toen hij het voordeel naar zijn kant had kunnen doen kantelen speelde hij te snel, waarna er een eindspel met twee pionnen minder op het bord kwam. Wellicht was het nog remise te houden maar helaas overzag Wil een paardvork die een vol stuk kostte (½-1½).

Bij deze achterstand kreeg Iskander Schrijvers een taktisch geplaatst remise-aanbod. Gezien de stellingen op de andere borden en die op zijn eigen bord (licht nadeel) werd besloten het halfje te pakken (1-2).

De stand werd gelijkgetrokken door Dirk Gruijters die zich na 1. Pc3 met zwart al snel in de verdediging gedrukt zag. Nadat hij in het middenspel de grootste problemen had overwonnen, zag hij z’n tegenstander plotseling blunderen, waardoor stukverlies onvermijdelijk was. (2-2).

Daarna was het weer de beurt aan HWP. Jan Brandt speelde met wit de Ponziani-opening, maar koos al vrij snel na het begin het verkeerde plan. Na afruil van enkele stukken offerde hij een pion voor activiteit, maar helaas zag hij het houtje nooit meer terug. In het uiteindelijke toreneindspel leek hij nog remisekansen te hebben (bij analyse bleek dat een illusie) maar hij speelde het sowieso niet nauwkeurig genoeg (2-3).

Ondanks deze achterstand zag het er niettemin goed uit voor Leithen. Zowel Gert-Michiel de Niet als Marcel Terluin stonden vanaf de opening beter en Ivo Wantola leek rechtstreeks op remise af te stevenen. Het werd nog even spannend toen laatstgenoemde zomaar een pion wegblunderde, maar de remisemarge bleek niet overschreden.

Voordat daar het halve punt werd gedeeld had Marcel Terluin al gewonnen in een mooie, degelijke partij, waarin de tegenstander vanaf de opening onder druk werd gezet en gehouden. Het stramien: pionwinst, alle stukken op de goede velden, druk op de damevleugel en tenslotte met een op promotie afstormende vrijpion grote materiaalwinst boeken. Met nog één zet te gaan en enkele seconden op de klok werd het de inmiddels door zenuwen overmande Haarlemmer te veel (3-3).

Vervolgens viel het verdiende halfje bij Ivo Wantola (3½-3½) waarna Gert-Michel de Niet de zaak mocht afmaken. Hij won al in de opening een pion, in het middenspel kwam er daar één bij alsmede allerlei matdreigingen. Zelfs nadat de HWP’er een stuk moest geven bleef hij het hardnekkig proberen, maar snel en degelijk spelend maakte Gert-Michiel in het zesde speeluur een eind aan de wedstrijd, die dus met 4½-3½ door Leithen werd gewonnen.

De complete uitslag:

HWP Haarlem (1977) Leithen (1941) 3.5-4.5
Harry Lips Mark Thiele 0.5-0.5
Rene in het Veld GM de Niet 0-1
Max Merbis Ivo Wantola 0.5-0.5
Pieter Jan Morssink Dirk Gruijters 0-1
H.J.M. Gabriels Marcel Terluin 0-1
Peter Beerens Wil Turk 1-0
Jeroen Schuil Jan Brandt 1-0
D. Joziasse Iskander Schrijvers 0.5-0.5
Naar boven


Leithen lijdt forse nederlaag in Haarlem

Het nog puntloos onderaanstaande Het Spaarne leek een ideale tegenstander voor Leithen om het puntentotaal verder op te krikken. Het heeft echter niet zo mogen zijn. In twee vooruitgespeelde partijen gingen zowel Mark Thiele als Wil Turk tegen sterke jeugdspelers kansloos onderuit.

De zes andere Leithenaren stonden voor de vrijwel hopeloze taak deze 0-2 achterstand goed te maken. Toen al snel nar de openingsfase André Mes zwaar in de problemen kwam, was bovendien de 0-3 dichterbij dan de een eventuele 1-2 zodat er weinig eer meer te behalen was.

André moest vervolgens een stuk offeren voor een twee pionnen, en toen dan niet hielp de dame voor een toren en een stuk. Maar ook dat mocht niet baten… (0-3)

Inmiddels had Jerry Bey vanuit de Van Geet-opening weinig bereikt tegen een van de sterkste Haarlemmers, Frans Arp. De stelling was volkomen in evenwicht en drieste winstpogingen zouden ongetwijfeld tot een averechts resultaat leiden zodat hier de vrede werd getekend. (½-3½)

Datzelfde gold voor Marcel Terluin. In het middenspel probeerde hij het zijn tegenstander met combinatoire wendingen lastig te maken, maar die wist alle dreigingen te pareren en met een pionnenmeerderheid op de damevleugel zelf voor gevaar te zorgen. Een goed getimed remise-aanbod van de Haarlemmer kon dan ook niet worden geweigerd. (1-4)

De derde puntendeling kwam tot stand bij Dirk Gruijters, die daarmee nog goed wegkwam. Aanvankelijk ging de strijd gelijk op, maar Dirk kreeg gaandeweg toch wat problemen in z’n stelling op te lossen. Zelf probeerde hij het initiatief op de damevleugel te pakken, maar zijn tegenstander was sneller met een sterke aanval op de koningsstelling. Dirk moest alle zeilen bijzetten om een beslissende mataanval te pareren. In het resterende eindspel werd tot remise besloten nadat de Haarlemmer, in lichte tijdnood, de zetten ging herhalen. Een van zijn teamgenoten wees hem er echter op dat hij vrij simpel beslissend voordeel had kunnen krijgen. (1½-4½)

De Leidse eer werd op een mooie manier gered door Gert-Michiel de Niet. Via zetverwisseling kwam er Franse opening op het bord tegen Mariska de Mie. Zij koos echter al snel het verkeerde plan, waarna Gert-Michiel overwegend kwam te staan. Met een mooi stukoffer zette hij de aanval in, die alleen maar gestopt kon worden door een stuk terug te geven. De drie pionnen voorsprong van Gert-Michiel zouden normaliter volstaan voor een snelle winst, maar de klok ging een woordje meespreken. De Mie verbruikte bijna al haar tijd, maar helaas ging Gert-Michiel haar voorbeeld volgen zodat een bloedstollende tijdnoodfase volgde. Toen de klok van de Haarlemse op 0.00 sprong stond er aan de Leidse kant nog één seconde op de display… (2½-4½)

De laatste partij was die van Iskander Schrijvers. Hij kwam vanuit de opening al minder te staan en verloor in het middenspel een pion. Z’n tegenstander stuurde alle stukken richting vijandelijke koning, zodat Iskander al z’n creativiteit moest gebruiken om te ‘keepen’. Dat lukte heel aardig totdat een blunder van Iskander in het waarschijnlijk toch wel verloren staande eindspel direct een stuk kostte. De eindstand kwam hiermee op 5½-2½ in het voordeel van het Spaarne.

De complete uitslag:

Het Spaarne (1966) Leithen (1956) 5.5-2.5
M. de Mie GM de Niet 0-1
M. Sijpkens Mark Thiele 1-0
A. de Bruijn Dirk Gruijters 0.5-0.5
C. Hoogeterp André Mes 1-0
D. in 't Veld Wil Turk 1-0
G. Snijders Iskander Schrijvers 1-0
F. Arp Jerry Bey jr 0.5-0.5
R. Mol Marcel Terluin 0.5-0.5
Naar boven


Daverende zege Leithen 1

Als een stoomwals denderde Leithen over Haeghe Ooievaar heen. Na het verlies in de eerste wedstrijd was er het besef dat er van de Hagenaars gewonnen moest worden om niet al direct achter de feiten aan te gaan lopen. Optimisme was er ook, omdat Leithen over z’n kopman Mark Thiele kon beschikken.

De eer om de allereerste winstpartij van Leithen in de KNSB te scoren viel toe aan Dirk Gruijters. Aan bord 3 kreeg hij met zwart vanuit z’n favoriete Siciliaan een goede stelling op het bord waarin Dirks tegenstander het spoor bijster raakte. Een schaakje dwong witte koning naar de d-lijn waar deze in een vervelende penning terecht kwam. Met een mooie combinatie profiteerde Dirk optimaal: mat of groot materiaalverlies en dus opgave van Haagse kant.

Daarna vielen de punten als rijpe appelen. André Mes scoorde de 2-0 na een partij waarin de oude MacCutcheon-variant van het Frans van stal werd gehaald. Het zag er wat wild uit, maar het bleek allemaal in de boekjes te staan. Toen het na de opening op schaken aankwam bleek André de betere speler. Hij wikkelde af naar een eindspel met een goed paard tegen een superslechte loper. De Hagenaar verloor daardoor de ene pion na de andere. Bij drie houtjes achterstand vond hij het welletjes…

Gert-Michiel de Niet bracht het derde punt binnen. Hier kwam een Grünfeld-Indiër op het bord, waarin Leithens GM al snel de overhand kreeg doordat hij de finesses van de opening beter beheerste. In het middenspel moest z’n tegenstander de dame geven voor twee torens en een pion. Op zich niet onoverkomelijk, maar ook z’n stelling was minder. Met een stil zetje haalde Gert-Michiel eerst alle eventuele rotgeintjes uit de stelling waarna hij via een aardige combinatie nog meer materiaal won.

Het eerste matchpunt werd veiliggesteld via een zege van Jan Bey. Na een Scandinavische opening kwam er een gelijkwaardige stelling op het bord, waarin Jans tegenstander op avontuur ging met de dame. Dat bleek iets te optimistisch gedacht, waarna Jan het initiatief kon overnemen. Met een paar krachtzetten op de koningsvleugel leek de winst een kwestie van tijd, totdat de Hagenaar opeens een tegenaanval uit de hoge hoed toverde. Jan leek twee keuzes te hebben: eeuwig schaak nemen of de dame geven voor twee torens. Na nog wat extra denkwerk zag hij echter een derde, nog creatievere oplossing, die materiaalwinst en vervolgens de partij opleverde.

Kopman Mark Thiele droeg zijn steentje bij met een uiteindelijk vrij simpele overwinning. Maar in de opening leek het daar niet op: z’n tegenstander opende met 1. Pc3 waarna de volgende zettenreeks op het bord kwam: 1. … g6 2. h4 h6 3. h5 g5 4. f4 gxf4 5. d4. De complicaties die hieruit voortvloeiden leverden voor de Haeghe-speler een pion op, maar Mark had ingeschat dat zijn ontwikkelingsvoorsprong meer dan voldoende compensatie bood. Nadat z’n tegenstander een al te drieste damezet met nog meer stellingsnadeel moest bekopen, kreeg Mark de pion terug en met een kleine combinatie won hij een vol stuk, dat in het eindspel beslissend bleek te zijn.

Hiermee was de koek nog niet op: 6-0 werd het via winst van Jan Brandt. Die besteedde liefst anderhalf uur aan z’n eerste elf zetten waarna een stelling op het bord kwam waarin hij niet eens veel voordeel leek te hebben. Vanaf dat moment ging het echter in sneltreinvaart. Jan wist een ijzersterke loper op e5 te posteren, zag z’n tegenstander in steeds langer en dieper gepeins verzonken en had op de 40e zet niet alleen nog enkele minuten over (z’n tegenstander nog een paar seconden…) maar bovendien een totaal gewonnen stelling.

Aan de score werd nog een halfje toegevoegd door een remise van Marcel Terluin. Die had z’n Siciliaan ook degelijk opgebouwd, wat een licht plusje opleverde. Een kleinigheid kostte echter een pion, maar Marcel wikkelde rustig af naar een eindspel met wederzijds een toren en dame, waarin het pluspionnetje geen enkele waarde had.

Jerry Bey jr tenslotte was het langste bezig en ging uiteindelijk hevig balend naar huis. Wat gebeurde er precies? Ook hier Siciliaans en ook hier een prettige stelling voor de met zwart spelende Jerry. In het middenspel werden de zware stukken geruild en uiteindelijk kwam er een eindspel op het bord waarin Jerry een goed paard tegen een slechte loper leek te hebben. Remise leek niettemin de meest logische uitslag, maar enigszins gepusht door z’n teamgenoten ging de Hagenees er nog eens goed voor zitten om de eer te redden. Stukje bij beetje wist hij het initiatief te nemen, maar de remisemarge zou wellicht niet overschreden zijn als Jerry niet op een pionnenruil zou zijn ingegaan die z’n tegenstander een niet te stoppen vrijpion op de h-lijn opleverde…

De complete uitslag:

Leithen 1 (1941) Haeghe Ooievaar (1853) 6,5-1,5
Alex Hut Mark Thiele 0-1
GM de Niet Remco Crefcoeur 1-0
Joost Scholten Dirk Gruijters 0-1
André Mes Jan de Liefde 1-0
Jos de Waard Jerry Bey jr 1-0
Jan Bey Dirk Ploeger 1-0
Ton Thijssen Marcel Terluin 0.5-0.5
Jan Brandt Maurits Bons 1-0
Naar boven


Mooie overwinning Leithen 1

Onder het motto 'de eerste klap is een daalder waard' heeft het eerste team van schaakvereniging Leithen de openingswedstrijd van dit seizoen met een zege tegen Alphen 2 kracht bijgezet.

En dat terwijl de vooruitzichten niet gunstig waren: Hans van Duijn was door werkzaamheden verhinderd en clubkampioen Marcel Terluin moest geteisterd door griep achter het bord plaatsnemen.

Terluin was als eerste klaar. Hij kwam met voordeel uit de opening tegen Erik Fraikin, plaatste een remise-aanbod dat met enig fatsoen niet kon worden geweigerd en kon weer naar huis om uit te zieken...

Ook Jerry Bey jr kreeg een klein voordeeltje. Zijn tegenstander verdedigde zich nauwkeurig, maar maakte in het eindspel toch nog een foutje. Helaas bleek het niet voldoende om de balans naar de Leithen-kant te doen doorslaan, zodat ook hier tot remise werd besloten.

Wil Turk had de twijfelachtige eer de enige Leithen-nederlaag achter z'n naam te krijgen Hij kwam slecht uit de openingsfase, maar vocht zich goed terug in de partij. Pionverlies werd ongedaan gemaakt en de winst leek slechts een kwestie van tijd. Helaas probeerde Turk het te mooi te doen: z'n combinatie bleek niet geheel waterdicht en stukverlies was het gevolg.

De stand werd gelijkgetrokken door debutant Dirk Gruijters. Al na zeven zetten plaatste hij een schijnoffer. In de verwikkelingen die volgden won hij de kwaliteit. Z'n tegenstander had echter ruime compensatie in de vorm van een sterk centrum en veel actiever stukkenspel. Gruijters bleef echter nauwkeurig spelen, vond telkens het smalle pad naar het behoud van z'n voordeel en vergrootte de voorsprong in het eindspel tot een vol stuk.

Invaller Gerrit Leget deed het prima tegen Jeroen Frijling. In een Svesjnikov-variant week Leget eerst van de theorie af. Z'n tegenstander koos daarop niet de beste voortzetting, maar het evenwicht werd niet verbroken. In een dame-eindspel met wederzijds wat pionnen op het bord werd het punt gedeeld.

Jan Brandt, traditioneel een 'slowstarter', opende het seizoen dit keer goed. Hij zat met de zwarte stukken weliswaar de hele avond tegen een wat gedrukte stelling aan te kijken, maar beide spelers beperkten zich voornamelijk tot het laveren in de eigen gelederen, zodat er weinig aan de hand leek. Met naderende tijdnood maakte Brandts tegenstander een fatale vergissing: een pionzet leidde direct tot groot materiaalverlies en directe opgave.

Aan het derde bord speelde zich bij Iskander Schrijvers spectaculaire taferelen af. In een Koningsgambiet kwam hij beter uit de opening, maar hij maakte een kleine misstap, waarna een scherpe middenspelstelling op het bord kwam. De Alphen-speler probeerde in de tijdnoodfase ijzer met handen te breken: nadat hij al een kwaliteit had geofferd, gooide hij er ook nog een loper tegenaan. Met een volle toren meer tegen vier pionnen leek Schrijvers in een matnet te zitten, maar hij liep keurig uit de schaakjes en kon vervolgens zelf eeuwig schaak geven.

De laatste partij van de avond was die tussen Leo van Houwelingen en Dick Roosa. Van Houwelingen offerde een pion en kreeg daardoor overwicht op de zwarte velden. Hij leek een winnende aanval te hebben, maar was iets te ongeduldig. Roosa verdedigde zich bovendien prima. Na een grootscheepse afwikkeling, die de Alphenaar waarschijnlijk niet had mogen toelaten, ontstond een eindspel waarin Van Houwelingen een sterk paard had en z'n tegenstande reen zwakke loper. Het remise-aanbod van Van Houwelingen, waarmee de 4,5-3,5 zege werd veiliggesteld, kon dan ook niet worden geweigerd.

Leithen 1 Alphen 2 4,5-3,5
Marcel Terluin (1713) E. Fraikin (1956) 0,5-0,5
Jerry Bey jr (1897) N. van Zuylen (1920) 0,5-0,5
Iskander Schrijvers (1887) A. v.d. Kuijl (1798) 0,5-0,5
Leo v Houwelingen (1914) D. Roosa (1822) 0,5-0,5
Wil Turk (1857) W. Dambrink (1756) 0-1
Gerrit Leget (1645) J. Frijling (1735) 0,5-0,5
Jan Brandt (1765) D. Rutten (1722) 1-0
Dirk Gruijters R. de Jong (1715) 1-0
Naar boven


LSG 6 - Leithen 1: 2½-5½

Dinsdag 6 november, 19.30 uur, Denksportcentrum Leiden. De zalen met bridgers zijn al tot de laatste plaats bezet zijn en de spelers van Leithen 1 komen één voor één binnendruppelen; de een (Dirk) wat later dan de ander (Marcel), vanwege een alternatieve fietsroute, die eerder langer dan korter blijkt te zijn.

Van enige activiteit in de LSG-speelzaal is nog niets te bespeuren. Dat vinden we helemaal niet erg, want Jerry heeft aangekondigd wat later te komen. Rekken is dus het devies, maar zover komt het niet eens, want nog voordat stukken en borden eindelijk klaar staan komt Jer al binnen.

In een vooruitgespeelde partij heeft Iskander al heel vlot voor een 1-0 voorsprong gezorgd door de Ameense LSG'er Jura Agaian te pletten. Een lekker begin dus, al weet je het tegen LSG maar nooit…

Voor de wedstrijd reken ik bovendien al op een tweede punt als ik zie dat Leo van Houwelingen tegen ex-Leithenaar Joost van Rooden moet spelen. En dan ben ik ook nog zo stom om tegen Leo te zèggen dat ik bij hem met potlood alvast een winstpartij norteer… Maar goed, daarover straks meer.

Een 1-0 voorsprong moet je zien te consolideren. Dat doen de Leithenaren door eerst een paar potjes remise te schuiven. Nou ja, schuiven…

Bij Jerry Bey, met zwart spelend, lijkt het daar inderdaad op. Na een Grünfeld-opening gebeurt er niet zo bar veel op het bord. Jerry valt sowieso al bijna in slaap en de stelling draagt daar flink aan bij. Na wat afruiltjes ziet hij zich geconfronteerd met een witte vrijpion op c6. Gewoon gaan 'staan' en er omheen spelen is het devies. Na verloop van tijd ziet z'n tegenstander ook wel in dat er weinig eer te behalen is aan deze partij.

Het volgende halfje komt bij Marcel Terluin. Dat is even een tegenvaller want hij leek gewonnen te staan. In een Siciliaan verrast hij z'n tegenstander met de Grand Prix-aanval (met f4). Dat levert een flinke voorspong in tijd op en een positioneel beter stelling. Vervolgens is er pionwinst.

Even later gooit Marcel de spreekwoordelijke knuppel in het kippenhok: met een kleine combinatie wint hij een tweede pion, maar tegelijkertijd geeft hij z'n tegenstander wel counterkansen. Die benut hij onmiddellijk, waarna een toreneindspel met lopers van ongelijke kleur overblijft. Marcel heeft nog wel twee pionnen meer, maar één daarvan zal op termijn verloren gaan en de andere staat achter een eigen pion en heeft dus weinig waarde.

Ook Dirk Gruijters sleept een halfje uit het vuur. Hij heeft uit de opening, een gesloten Siciliaan, wat ruimtevoordeel overgehouden, maar als vervolgens alle zware en wat lichte stukken van het bord gaan, blijft er een eindspel over waarin beide spelers zeven pionnen hebben; Dirk heeft daarbij een loper, z'n tegenstander een paard. Dat is nog even lastig maar Dirk maakt probleemloos remise.

Dan is het tijd voor vuurwerk. Eerst is het Ron Nienkemper die wint van LSB-wedstrijdleider Vincent Schenkelaars. Ron speelt met wit de agressieve vierpionnenaanval als hij geconfronteerd wordt met de Koningsindische opstelling van zwart. Schenkelaars kent z'n zaakjes echter ook en weet met voordeel uit de opening te komen.

Als hij echter denkt snel te kunnen winnen verzuimt hij z'n verdediging op orde te houden. Ron zet al z'n kaarten op de damevleugel, weet een vrijpion te krijgen op de a-lijn en laat die snel opstomen naar a7. Schenkelaars probeert wat hij kan maar moet in de nederlaag berusten.

Jan Brandt zat vorig jaar tegen LSG tegen Ruud Dobbelaar. Er kwam toen een Engelse partij op het bord, waarin Jan zich uiteindelijk liet foppen omdat hij dacht wel een winstpoging te kunnen wagen. Dit jaar: zelfde spelers, zelfde opening, andere uitslag. Het evenwicht wordt lange tijd niet verbroken. In het middenspel bestoken de twee spelers elkaar met wat listige taktische zetjes.

Dan is het Dobbelaar die denkt wat te kunnen wagen. Hij vergeet zijn onderste rij; Jan wint een pion en komt met vernietigende kracht met de dame binnen. Dobbelaar doet wat hij kan en sleept er nog een afwikkeling uit die Jan de dame oplevert voor een toren en een paard. Hij moet vervolgens nog even oppassen voor de twee torens van wit op de zevende rij, maar het eeuwig schaak waar Dobbelaar op had gehoopt zit er niet meer in. De winst is daardoor binnen!

De ongelukkige nederlaag van Leo van Houwelingen is daardoor niet rampzalig (hooguit voor zijn ELO…). Hij heeft Joost van Rooden in een Koningsindiër al heel snel op de knieën dankzij een betere theoriekennis. Hij hoeft het alleen nog maar even af te maken, zo lijkt het. Zo zimpel blijkt het in de nazit toch niet te zijn. In de uitvluggerfase gebeuren er de vreemdste dingen. Joost heeft als compensatie voor de kwaliteit twee verbonden vrijpionnen op de a- en b-lijn.

In plaats van die twee elkaar te laten verdedigen speelt hij z'n a-pion te ver naar voren, waardoor Leo die na een schaakje zo kan veroveren. Van Rooden ziet dat onmiddellijk, begint tandenknarsend nee te schudden, maar dat ziet Leo niet. Net zo min als het noodzakelijke schaakje… Nu promoveert de a-pion tot dame en is het kansloos verloren.

Het spektakel bleef tot het laatst bewaard. In de partij Wil Turk - Chris de Weert waren het op een bepaald moment alleen de spelers die er nog iets van snapten (dat mag je tenminste aannemen!). Wil ging voortvarend te werk: pionnen op e4, f4, g4 en h4 en even later een toren op h3 die de hele derde rij onder controle hield. Vervolgens rokeerden beide spelers naar de lange zijde en begon er een taktisch steekspel met dreigingen over en weer.

Beetje bij beetje kwam Wil beter te staan en naarmate de tijd krapper werd beging zijn tegenstander steeds meer onnauwkeurigheden. Met nog een paar seconden op de klok moest hij toezien hoe Wil het ene houtje na het andere veroverde om tenslotte murw gebeukt op te geven.
Naar boven


LSG 5 meer dan één maatje te groot voor Leithen 1….

Ik weet niet precies wat de te verwachten uitslag is in een teamwedstrijd bij een Elo-verschil van bijna 200 punten, maar ik schat dat een 6-2 uitslag aardig in de richting komt. Met andere woorden: Leithen 1 heeft aan de verwachtingen voldaan tegen de gedoodverfde kampioen LSG 5. Even serieus: alle spelers zijn voluit gegaan en hebben hun uiterste best gedaan om een mooi resultaat neer te zetten, maar deze tegenstander was gewoon te sterk.

Net als twee weken eerder tegen LSG 6 duurde het even voordat de wedstrijd kon beginnen. En net als toen was het ook nu weer niet erg. Dirk Gruijters had het speellokaal nu in één keer gevonden, maar Gerrit Leget was wat laat en Jerry Bey jr. kon pas tegen achten aanschuiven. Aanvankelijk leefde er wel wat hoop dat we misschien voor een verrassing zouden kunnen zorgen (NAC wint tenslotte ook van Ajax…), maar het Elo-geweld van de op volle sterkte aantredende tegenstander maakte dat we ons weinig illusies hoefden te maken.

Even voor alle duidelijkheid: met drie man van boven de 2000 kwam LSG 5 op een Elo-gemiddelde van 1963. let wel: gemiddeld! De hoogste rating bij Leithen was die van Leo van Houwelingen: 1914. En met z'n allen kwamen we op een gemiddelde van 1781…

Aardige gesprekjes leverde dat op. De teamleider van LSG vroeg mij hoe sterk we waren. Toen ik hem een indicatie van ons Elo-gemiddelde gaf, zei hij: 'Maar jullie topborden zit toch wel rond de 2000?' En even later hoorde ik hem zeggen: 'Die van mij (daar wordt in LSG-termen de tegenstander mee bedoeld, JV) heeft maar 1645.' Wat dat betekent ondervond hij later op de avond toen hij blij mocht zijn dat 'die van 1645' (Gerrit Leget) hem (1920) een remise gunde!

En toch zegt een groot Elo-verschil niet alles. Het eerste punt viel namelijk onze kant op! Wil Turk (1857) vermorzelde Crist-Jan Manniën (2027) in een werkelijk indrukwekkende partij. Weliswaar kreeg Wil eerst wat hulp van z'n tegenstander die zomaar z'n h-pion weggaf, maar in het vervolg maakte Wil het briljant uit. Een stukoffer leverde vier pionnen op en een onstuitbare mataanval tegen de volledig onbeschermde zwarte koning.

Wakker geschud door deze onverwachte nederlaag gingen de andere LSG'ers er nog eens extra voor zitten, met als gevolg dat in het laatste uur jet krachtsverschil snel duidelijk werd. Eerst moest Marcel Terluin de koning omleggen. Hij speelde met wit d4, kreeg het Hollands voor z'n neus en week al na vijf zetten van de theorie af.

Helemaal lekker liep het niet en in arren moede offerde hij een pion. Dat leverde zowaar compensatie op en hij kon zelfs een vijandelijke toren midden op het bord insluiten, zonder het ding overigens te kunnen veroveren. Genoeg reden voor optimisme bij Marcel, maar helaas kreeg z'n tegenstander de kans zich te bevrijden, wat pionnetjes mee te pikken en de partij uit te maken.

De volgende die klop kreeg was Jan Brandt. Die zat al snel te balen als een stekker toen hij al te routinematig en snel rokeerde, wat in zijn stelling onmiddellijk allerlei aanknopingspunten voor aanval bood. Die aanval kwam er dan ook en Jan moest alle zeilen bijzetten om de boel dicht te houden. Dat leek te gaan lukken totdat drie achtereenvolgende slechte zetten in het eindspel alle 'keep'-pogingen teniet deden.

Even gloorde er weer hoop aan Leithen-kant toen Gerrit Leget een remise binnensleepte. Al na een uur spelen kwam hij balend de barruimte in het Denksportcentrum binnen: 'Noteer voor mij maar een nul. Het is helemaal niks.' Het vooruitzicht als eerste te moeten opgeven deed echter wonderen.

Gerrit (1645) ging er nog eens goed voor zitten, maakte het zijn tegenstander (1920) flink lastig, ruilde alles af en wist in het toreneindspel zelfs een pion te winnen. Tegelijkertijd kon hij eeuwig schaak forceren. Gezien het verloop van de wedstrijd en dat van zijn partij mocht hij het halfje incasseren in plaats van een winstpoging te wagen.

Op dat moment was al duidelijk dat we de wedstrijd zouden gaan verliezen. Leo van Houwelingen zat in grote problemen tegen Eric van der Marel. Na de Koningsindische opening ontstond een taktisch steekspel, waaruit de LSG-speler met twee pionnen meer tevoorschijn kwam. In tijdnood ging het van kwaad tot erger en moest Leo ook nog een stuk inleveren.

Ook Dirk Gruijters (0000, maar naar eigen zeggen toch wel bijna 1800!) moest eraan geloven. De messcherpe Najdorfvariant kwam op het bord. Zoals zo vaak ontstond er een pionnenrace. De LSG'er rukte met al zijn koningsvleugel-pionnen op, Dirk deed hetzelfde op de damevleugel. Hij leek de beste papieren te hebben, maar zijn tegenstander bleek alles goed doorgerekend te hebben en zag zijn aanval bekroond met een mooie zege.

Jerry Bey sr, invaller voor Iskander Schrijvers, speelde een prima partij tegen Aart van der Peut (met 1879 op papier de zwakste LSG'er!). Het ging lang gelijk op en Jer leek zelfs gaandeweg de betere papieren te hebben. Na een grootscheepse afruil resteerde een dame-eindspel met aan beide zijden een aantal pionnen.

En toen ging het mis: Jer viel met z'n dame een pion aan, z'n tegenstander ook. In plaats van de pion te nemen, ging Jer z'n eigen houtje verdedigen, uit angst dat anders al z'n andere pionnen verloren zouden gaan. Daarbij zag hij over het hoofd dat hij zelf na het nemen van de pion eeuwig schaak zou kunnen houden. En zo veranderde een halfje op de valreep nog in een nul…

Jerry Bey jr haalde dat halfje wel binnen, en zeer verdiend. Hij stond na de opening wel iets gedrongen, maar kwam nooit in gevaar. Na afruil van de zware stukken bleef een eindspel over met wederzijds twee lopers, een paard en vijf pionnen. In de naderende tijdnood probeerden beide spelers elkaar met taktische grapjes materieel nadeel te bezorgen, maar ze bleven alert en toen uiteindelijk ook het laatste hout van het bord verdween werd de vrede getekend.

LSG 5 Leithen 1 6-2
T. Thissen (2049) Marcel Terluin (1713) 1-0
E. v/d Marel (1981) Jerry Bey jr (1897) 0,5-0,5
J. v/d Weyer (2023) Leo v Houwelingen (1914) 1-0
C. Devine (1889) Jan Brandt (1765) 1-0
C. Manniën (2027) Wil Turk (1857) 0-1
B. Groeneweg (1943) Dirk Gruijters 1-0
W. Zwinkels (1920) Gerrit Leget (1645) 0,5-0,5
A. v/d Peut (1879) Jerry Bey sr (1629) 1-0
Naar boven


Leithen 1 staat Lissenaren slechts drie remises toe

In tegenstelling tot wat de koppenmaker van het Leids Nieuwsblad ervan brouwde was het helemaal geen spannende schaakstrijd… Met liefst 6½-1½ werd De Zwarte Pion 2 uit Lisse door Leithen 1 teruggestuurd naar Lisse.

Leithen speelde voor het eerst dit seizoen op volle sterkte, met Hans van Duijn aan het tweede bord. Al ver voor tien uur stond het al 2-0 voor Leithen. Wil Turk en Dirk Gruijters waren in een hevige strijd verwikkeld om het binnenhalen van het eerste punt, een wedstrijd die met een paar seconden verschil door Wil werd gewonnen. Maar dat lag vooral aan de tegenstander van Dirk die van geen opgeven wilde weten. Dat het een doorzetter was wist Dirk trouwens al: bij de kennismaking voor de partij meldde de Lisse-speler werkzaam te zijn in de ambulante psychiatrie en wel 250 kilometer per week te fietsen!

Hoe het ook zij, blijkbaar had hij zich voorgenomen om niet de eerste te zijn die verloor. Overigens rekende Dirk zich al rijk: een overwinning in de promotieklasse is altijd goed voor je ELO, toch? Helaas voor hem was zijn tegenstander een invaller met achter zijn naam een rating van slechts 1406. Dat tikt dus niet aan…

Niettemin was het een aardige partij. Dirks tegenstander verdedigde zich met het Frans, verloor in de opening al direct een belangrijk tempo en als gevolg daarvan een pion op de koningsvleugel. Zijn rokade was daarmee ook van de baan, alle stukken op de damevleugel kwamen nooit meer van hun plek en toen de Lissenaar ook nog eens met z'n dame een belangrijk veld blokkeerde kon Dirk kiezen hoe hij het uit zou maken. (1-0)

Wil Turk is dit jaar uitstekend in vorm (als je 'm wit geeft tenminste…). Hij kreeg de ouderwetse Steinitz-verdediging van het Spaans (met 3. … d6) voorgeschoteld. Maar wist ie wel raad mee. In het middenspel werd met een tijdelijk pionoffer de coördinatie van de zwarte stukken totaal verstoord en stuk voor stuk verhuisden de witte stukken naar de vijandelijke koningsvleugel om daar dood en verderf te zaaien.

Er zat nog een klassiek loperoffer op h7 in de stelling, maar Wil stond al zo goed dat hij niet eens meer de moeite nam om dat door te rekenen. Hij had genoeg andere zetten te z'n beschikking en de beste daarvan leidde tot mat of dameverlies (2-0).

De volgende winstpartij kwam op het conto van Jan Brandt. Ook hij is dit jaar uitstekend in vorm: in de interne nog ongeslagen, extern 3 uit 4 met een TPR van tegen de 2000. Met zwart spelend zag hij iets bekends op het bord verschijnen: 1. b4. Daaraan heeft Jan gezien de laatste partijen tegen ondergetekende niet zulke goede ervaringen mee, maar nu ging het toch wel lekker.

De witspeler koos voor de passieve variant met a3 in plaats van b5, wat zwart de kans geeft een degelijke stelling op te bouwen, ook al blijf je wat gedrukt staan. Precies op tijd (het kostte dan ook heel wat minuutjes rekenwerk!) speelde Jan de bevrijdende zet e5 waarna z'n stukken tot leven kwamen. Er volgde een koningsaanval en een blunder van de Lissenaar die een kwaliteit verloor. Maar Jans tegenstander ging van kwaad tot erger: hij dacht met een tussenzet z'n materiaal nog te kunnen redden, maar in plaats daarvan ging er nu een volle toren verloren! (3-0)

Het eerste matchpunt in deze wedstrijd werd door Marcel Terluin binnengehaald. Hij voelde zich als een vis in het water nadat hij een 'lekkere' Grünfeld-Indische opstelling had kunnen innemen. Met kleine middelen verbeterde hij z'n stelling; een pionoffer leverde een grote mate van stukkenactiviteit op en nadat hij z'n geofferde materiaal had teruggewonnen stond hij positioneel gewonnen. In verloren stand blunderde de Lissenaar tenslotte ook nog een loper weg. (4-0)

Het grappige was dat op de overige vier borden allemaal Pirc-varianten op het bord kwamen. Hans van Duijn slaagde erin het beste uit de opening te komen en uiteindelijk matchwinnaar te worden. Helaas niet met een vol punt… In een positioneel mooi gespeelde partij, bouwde hij zijn stellingsvoordeel uit tot een materiële plus van twee pionnen.

Op weg naar de winst zou je zeggen, maar eens te meer bleek dat paarden gek kunnen springen. Hans overzag een schaakje met een vijandelijk paard en aangezien zijn koning aan de dekking van z'n eigen paard gebonden was, kon hij eeuwig schaak niet vermijden. Hans dacht nog even na over een voortzetting waarbij hij het paard zou offeren, met de kans om via een schwindel te winnen. Maar bij goed tegenspel zou hij zelf z'n toevlucht hebben moeten nemen in eeuwig schaak. (4½-½)

Bij Leo van Houwelingen leek er lange tijd niet vele aan de hand. Totdat met wederzijdse naderende tijdnood er opeens van alles gebeurde. Leo leek aan het langste eind te trekken maar zijn tegenstander bracht een paardoffer dat de kansen deed keren. Penningen en dreigingen over en weer vergden het uiterste van de denkvermogens (en de tijd…) van beide spelers.

Nadat er heel wat hout van het bord was gegaan, bleek Leo een pion achter te staan en bovendien moest hij twee torens van z'n tegenstander op de zevende rij dulden. De aanval sloeg echter niet door en Leo had voldoende dreigingen voor een puntendeling. (5-1)

Met nog slechts enkele minuten op de klok stond het bord van Iskander Schrijvers nog vol met stukken. In het middenspel had Iskander eerst wat lichte dreigingen tegen z'n koningsvleugel moeten afslaan, waarna hij een pion won. Z'n tegenstander bleef voorzichtig laveren en alles gedekt houden, waardoor er geen doorkomen aan was. Een foutje van Iskander gaf de materiële voorsprong weer uit handen, waarna remise werd overeengekomen. (5½-1½)

Een familieschaakje was het passende slot van deze avond. Jerry Bey jr smaakte het genoegen op deze manier z'n tegenstander de dame afhandig te maken. Maar voordat het zover was gebeurde er val alles. Jerry stond in het middenspel niet echt lekker en moest alle zeilen bijzetten om niet in het nadeel te komen. Dat lukte hem zo goed dat z'n tegenstander remise aanbood.

De stand was op dat moment 4-0 voor Leithen. Ik ken clubs waar je levend wordt gevild als je bij die stand maar zelfs aan remise durft te denken… Andersom geldt natuurlijk ook dat je op zo'n moment die remise misschien maar moet pakken om de wedstrijd te winnen, maar Jerry kende de stand op de andere borden en zat net aan een mooie winstpoging te denken.

Een stukoffer leverde voldoende pionnen op voor compensatie, maar door goed getimed terug te offeren bezwoor de Lissenaar de grootste gevaren. Sterker nog: hij stond nu weliswaar drie pionnen achter maar had een levensgevaarlijke aanval. Jerry zag zijn koning het vrije veld in gejaagd, maar gelukkig vond hij het uiterst smalle pad naar de veilige haven. En toen kwam daar dat familieschaakje wat uiteindelijk toch de overwinning opleverde: 6½-1½ voor Leithen.
Naar boven


Leithen 2 haalt uit tegen Rijnwoude!

In het verleden had Leithen 2 het nog wel eens lastig tegen Rijnwoude, dat toen nog Koudekerk heette. Maar sinds hun naamsverandering gaat het heel wat beter… Twee jaar geleden nog een moeizame 4-4, vorig jaar een nipte 4½-3½ zege en nu een daverende 6½-1½ overwinning!

Overigens zijn er wel wat oorzaken voor het verval van de Rijnwoudenaren. Hun teamleider vertelde me dat ze momenteel nog slechts twaalf leden hebben. Eerder dit jaar overleed een van hun beste spelers plotseling. Een ander, eveneens een van de beteren, gaf te kennen dat hij spelen in de derde klasse LSB te min vond. Toen zijn teamleider hem duidelijk maakte dat Rijnwoude toch echt in de tweede klasse speelt, liet de desbetreffende speler weten toch maar een jaartje niet extern te willen spelen.

Enfin, de wedstrijd was dus een makkie. We begonnen met zes tegen zes omdat van beide teams twee spelers rijkelijk laat binnen kwamen. Bij ons was dat onder meer Nico de Haas, die ervan uitging dat we een week later pas zouden spelen. Ja, kijk, waar maak je nou als teamleider van die mooie briefjes voor?

Harrie Storms kwam nog later. Even dacht ik dat hij de ultieme taktiek had uitgevonden: zo laat komen dat je tegenstander in slaap valt! Want toen ik om bij achten even naar de tafel van Harrie keek, zag ik de ogen van de Rijnwoudenaar langzaam dichtzakken.

Hij deed nog een poging om ze weer op te krijgen, en dat lukte ternauwernood. Met z'n laatste krachtsinspanning hees hij zich overeind om aan de bar een kop koffie te halen. Helaas voor Harrie deed de cafeïne z'n werk (kunnen we voor de tegenstanders geen decafé gaan schenken?) want z'n tegenstander bleek even later weer volledig bij de les…

Ikzelf had de eer het eerste punt binnen te slepen. Nou ja, slepen… Al na vijf zetten won ik een pion. Even later kon ik door een afruil stellingsvoordeel bereiken en op de zeventiende zet won ik ook nog een stuk. Mijn tegenstander rekte de strijd nog tot de 35e zet.

Aan bord acht speelde Peter Paardekooper zijn eerste partij voor leithen 2. En met succes: vanuit het Scandinavisch ontstond een Franse opening, waarin Peter zich blijkbaar beter thuis voelde. Hij won al snel een pion, speelde het vervolgens niet helemaal nauwkeurig, waardoor zijn tegenstander weer wat compensatie kreeg, maar maakte het vervolgens prima af. Stukwinst en twee naar promotie hunkerende vrijpionnen waren voldoende om overgave af te dwingen.

Een tegenslag kregen we te verwerken toen Harrie Storms verloor. Hij kwam minder uit de opening, kon dat niet herstellen en kwam aan het eind van de partij de tijd tekort die hij in het begin had verloren. Stukverlies in tijdnood was het gevolg.

Gelukkig ging het daarna weer bergop met Leithen. Bijvoorbeeld via komische taferelen aan het bord van Carel Verbiest, met uiteindelijk toch een winstpunt. Na en lastig middenspel kon Carel afwikkelen naar een remise-achtig toreneindspel. Hij deed ook een vredes-aanbod, maar zijn tegenstander Altona (met z'n '1700' op papier de sterkte Rijnwoudenaar) zag nog winstkansen.

Uiteindelijk was het Carel die op de zege afstevende. Totdat hij spoken ging zien… In plaats van met de koning naar z'n op promoveren staande pion te lopen, ging hij een vijandelijke vrijpion ophalen. Daardoor kon Altona afwikkelen naar een remise-eindspel. Maar dan moet je natuurlijk wel de theorie kennen uit 'Oom Jan leert zijn neefje schaken'… In deze stelling (wit: Kf2, zwart Kg4, pion f3) speelde wit niet Kf1 maar Kg1, wat na Kg3 natuurlijk verloren is. 3-1 voor Leithen dus.

Nico de Haas speelde vervolgens remise. Hij kwam laat binnen, speelde snel z'n tijdsachterstand weg en kwam beter te staan. Naarmate z'n tegenstander meer in tijdnood kwam, ging Nico echter 'meevluggeren' en dat is altijd riskant. Zo ook nu. Er werd snel wat afgeruild en er kwam een stelling op het bord waarin weinig meer te bereiken was.

Aan bord 1 speelde Gerrit Leget met zwart weer een partij uit één stuk. Goed uit de opening komen, het stellingsvoordeeltje langzaam uitbouwen en vervolgens de duimschroeven aandraaien. Dat recept werkte optimaal tegen deze tegenstander. Die zag, terwijl de minuten wegtikten, alle zwarte stukken op zich afkomen. Dat kostte hem niet alleen een vol stuk, maar uiteindelijk liet hij zich ook nog mat zetten…

'Het gaat goed, ik heb twee stukken voor een toren', kwam Jerry Bey me al vrij snel vertellen. Z'n tegenstander had echter nog wat compensatie. Het bleef dan ook lang lastig voor Jer. Hij liet zich in het eindspel nog bijna foppen en moest alle zeilen bijzetten om alle tegendreigingen uit de stelling te halen. Nadat zijn tegenstander een 'kwal' wegblunderde was het natuurlijk over en uit.

De eindstand werd bereikt door ene mooie zege van Frits Sibarani. Hij offerde (daar ga ik tenminste van uit…) een pion na een Russische opening en kreeg inderdaad de gewenste aanvalskansen. In het eindspel speelde Frits het niet helemaal nauwkeurig, waardoor de Rijnwoudenaar nog mocht hopen op een remise, maar toen Frits de kwaliteit won en nog een pion, was het snel afgelopen.
Naar boven


Home